Breedbandrelance

Geschreven door Wim De Waele op Thursday 05 February 2009

Een van de elementen in het economische relanceplan van Barack Obama is een investering van 9 miljard dollar in breedbandinfrastructuur. Mooi, zou je denken. Maar ObamaŽs voorstel werd niet op algemeen gejuich onthaald. Meteen laaide de geregeld terugkerende discussie op over wat eerst komt: de infrastructuur of de diensten aangeboden op die infrastructuur. En ook: volstaat de markt als regulerend mechanisme of moet de overheid een rol spelen?

Obama wil Amerika weg van de beschamende 15de plaats in de wereldranking voor breedbandpenetratie. Omdat hij de lage ranking wijt aan de dominante positie van de operatoren, stelt Obama in het plan duidelijke voorwaarden: de investeringen betreffen enkel netwerken met hoge snelheid en met vrije toegang.

Nogal logisch dat grote DSL- en kabeloperatoren in het defensief gaan. Zij argumenteren dat er geen gegronde economisch reden is om hogesnelheidsnetwerken naar de rurale gebieden te brengen. Zij hebben de laatste jaren veel geïnvesteerd in DSL- en kabelinfrastructuur en dienstverlening, en vrezen dat het plan tot concurrentievervalsing leidt.

Rober Duncan, de CEO van de operator GCI, stelde zelfs dat `elke snelheid hoger dan 5 Megabits meer is dan de meeste gebruikers nodig hebben". Ik vrees dat hij daarmee een plaats verovert tussen grootheden als Thomas J. Watson, de voorzitter van de raad van bestuur van IBM, vervoegt die in 1943 beweerde dat de wereldmarkt voor computers ongeveer vijf exemplaren bedroeg. Of Bill Gates van Microsoft, die in 1981 dacht dat 640K (computer)geheugen voor iedereen genoeg zou zijn.

Maar de argumenten van de tegenstanders van het Obama-plan zijn niet allemaal onterecht. Investeringen in hogesnelheidsnetwerken zijn een enorm dure aangelegenheid en die kosten zijn niet te verantwoorden aan de huidige (lage) inkomsten per privé-abonnee.
 
De vraag die je je moet stellen is of de concurrentie moet spelen op het niveau van infrastructuur, dan wel op het gebied van diensten op een gemeenschappelijke infrastructuur. Terwijl men het volstrekt waanzinnig zou vinden twee parallelle rioleringssystemen in eenzelfde straat aan te leggen of twee concurrerende autosnelwegen tussen Gent en Brussel zou bouwen, lijkt men voor de informatiesnelweg twee parallelle infrastructuren wel een normale zaak te vinden.

Ikzelf ben geen voorstander van grote overheidsinvesteringen in infrastructuurwerken zonder een vooraf duidelijk uitgestippeld plan over de toepassingen en diensten op die infrastructuur. Maar ik ben er wel van overtuigd dat we zonder een of andere vorm van overheidsingrijpen in een catch 22-scenario terechtkomen, waarbij enerzijds de informatiesnelweg er niet komt wegens een gebrek aan diensten en waarbij anderzijds geen diensten worden aangeboden omdat de technologische voorwaarden ontbreken.

Ik ben heel benieuwd hoe ze in de Verenigde Staten die patstelling zullen doorbreken. Het wordt in ieder geval een boeiende oefening, waar ook wij - als we ooit het debat over infrastructuur en dienstverlening durven aangaan - heel wat uit kunnen leren.

Dit artikel gaat over , .

Reageer

Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

Blijf op de hoogte

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.

Laatste artikels